Indicaties

Als de ontwikkeling van je kind niet vanzelf gaat, kan kinderfysiotherapie zinvol zijn. Daarom is het van betekenis dat precies wordt bepaald of de ontwikkeling wellicht vertraagd of afwijkend verloopt, zodat er een geschikt advies gegeven kan worden. Een uitgangspunt is: een ”niet-pluis gevoel” is reden genoeg om een deskundige te raadplegen. Immers het is van groot belang om vroegtijdig te starten met de gepaste zorg, zodat een kind zich optimaal kan ontwikkelen. Hieronder volgt een beknopte lijst van indicaties waarvoor men een beroep kan doen op een kinderfysiotherapeut.

Baby’s met:

  • Een afwijkende ontwikkeling nl. laat rollen, niet kruipen of gaan zitten
  • Een voorkeurshouding, asymmetrie, scheef of afgeplat hoofdje
  • Opvallende motoriek of gedrag: huilbaby, billenschuiver
  • Een gespannen en/of te actieve baby (overstrekken), hypertonie
  • Een slappe en/of te rustige baby (hypotonie)

Basisschoolkinderen (kinderen van 4 tot 18 jaar) met:

  • Houterig en stijf bewegen
  • Frequent struikelen of vallen
  • Opvallende motoriek of gedrag : ongeconcentreerd, overprikkeld, hyperactief of juist bang, stil, teruggetrokken en passief.
  • Onhandig mee kunnen komen in de gymles, angstig zijn om mee te doen.
  • Aan de kant staan tijdens het spelen op het schoolplein
  • Slappe houding, niet rechtop kunnen zitten
  • Moeizaam leren fietsen
  • DCD-problematiek waarbij problemen met de motoriek aanwezig zijn.
  • ADHD, MCDD, PDD-NOS, NLD welke een storend invloed hebben op de motorische ontwikkeling.
  • Dyslexie, dyscalculie, ruimtelijke oriëntatie met motorische tekorten
  • Niet goed kunnen bouwen, knippen, plakken en scheuren
  • Niet willen tekenen, schilderen en kleuren
  • Schokkerige, niet vloeiende bewegingen
  • Veel kleine ongelukjes, dingen omstoten of kapot maken
  • Geen duidelijke handvoorkeur bij aanvankelijk schrijfonderwijs
  • Tijdens teken- en schrijftaken
  • Een slordig of onduidelijk handschrift
  • Tempo niet kunnen volgen bij schrijftaken
  • Problemen met de oogmotoriek.

Algemeen

  • Een sensomotorische ontwikkelingsachterstand
  • Problemen in de zintuigelijke informatieverwerking (SI)
  • opvallend looppatroon: b.v. tenenlopen
  • Een hersenbeschadiging (spasticiteit)
  • Syndroom van Down
  • Longproblemen (astma, cystic fibrosis)
  • bewegingsangst
  • Gewrichtshypermobiliteit.
  • Neuromusculaire aandoeningen (spierziekten)
  • Houdingsafwijkingen (versterkte kyfose (= te bolle) of lordose (te holle rug), scoliose)
  • Orthopedische afwijkingen in de gewrichten en/of spieren, klompvoet, platvoeten, zwakke enkels, pijn in knieën, nek of rug (M. Scheuerman).
  • Overgewicht
  • Spanningsklachten als hoofdpijn, buikpijn, hyperventilatie zonder aanwijsbare oorzaken.

Sportende kinderen met:

  • (Veelvuldige) enkelverstuikingen
  • klachten tijdens of na belasten
  • Gevolgen van een tekort aan conditie